Español

Peter Holvoet-Hanssen

PROMETEO
Latinoamerican Poetry Magazine
84-85. July 2008.

Peter Holvoet-Hanssen

(Belgium, 1960)

Inferno IX

 

 

Kom mee naar mijn hellekrocht.
Hoe heet je? Vergeet het.
Ik beoordeel je niet. Komt dat hard aan?
Stil of ik vil je. Hoor je keizer Karel roepen?
‘Mijn Spaanse leeuwen! Santiago!’

Karel zucht, krom van jicht: ‘Bij Tunis waren mijn soldaten als
vliegen op een verdroogde drol maar, klokkenmeester, te veel
regen is even erg als te veel zon.’
Hij zeurt als de tandpijn van Maria van Bourgondië.
Zijn vader Filips de Schone ligt in zijn kist vergeefs te wachten
op Johanna de Waanzinnige. Zij kust hem niet meer op zijn
stinkende bek. Zij leest Lorca bij de donkere cipressen.
Boven kokende olie hangt Barbarossa. Kluts zijn kloten of pluk
de eierstokken van Anna Boleyn voor een omelet.

Hier zit je gevangen. Als een woestijnvos in een iglo of een Belg
aan de Costa del Sol. Als een dolfijn in het dwangbuis van een
dolfinarium of een zeeleeuw in de zoo. Als Sex in Tirol.

Ik was de malariamug die Alexander de Grote een kopje kleiner
maakte. Ik heb de lijkstoet van Hendrik VIII doen struikelen.
All the King’s horses and all the King’s men
couldn’t put Humpty Dumpty in his place again.
Freewheelen? Ik? Ik heb Christus aan het kruis genageld en
fluisterde in zijn oor: ‘Vergeef mij niet, ik weet wat ik doe.’
Ik ben het hondje dat met vermiste knoken gaat lopen.
Ik ben de schimmel van Sinterklaas, de druiper van Zwarte Piet.
De klimop die anjers verstikt en opklimt tegen het Alhambra.
Doodleuk geef ik een kind leukemie en de kapotgeslagen ouders
onherstelbaar verdriet. Onder een elektronenmicroscoop ben ik
de kleinste maar ook de grootste schlemiel. En ik prik gaatjes in
de condooms die hangen te drogen in Dar es Salaam.

 

(uit: ‘Dwangbuis van Houdini’, uitg. Prometheus, Amsterdam, 1998)


Inferno IX



 
Descend with me to my hell.
What’s your name? Forget it.
I do not judge you. Does that hit hard?
Still or I’ll flay you. Do you hear Charles V calling?
‘My Spanish lions! Santiago!’
 
Charles sighs, stiff with gout: ‘At Tunis my soldiers were like
flies on a dried-up turd but, bell-master, too much
rain is as bad as too much sun.’
He winges like the toothache of Mary of Burgundy.
His father Philip the Handsome lies waiting in vain in his coffin
for Joanna the Mad. She no longer kisses him on his
reeking mouth. She reads Lorca by the dark cypresses.
Above boiling oil hangs Barbarossa. Whisk his goolies or pick
Anne Boleyn’s ovaries to make an omelette.
 
You’re a prisoner here. Like a desert fox in an igloo or a Belgian
on the Costa del Sol. Like a dolphin in the straitjacket of a
dophinarium or a sea-lion in the zoo. Like Sex in Tyrol.
 
I was the malaria mosquito that shortened Alexander the Great
by a head. I made Henry VIII’s funeral procession stumble.
All the King’s horses and all the King’s men
couldn’t put Humpty Dumpty together
again.
Freewheel? Me? I nailed Christ to the cross and
whispered in his ear: ‘Don’t forgive me, I know what I’m doing.’
I am the dog that runs off with the missing bones.
I am St. Nicholas’s grey, Black Peter’s clap.
The ivy that strangles pinks and climbs up against the Alhambra.
I coolly give the child leukemia and the crushed parents
irreparable anguish. Under an electron microscope I am
the smallest but also the greatest creep. And I prick small holes in
the condoms hanging out to dry in Dar es Salaam.

 

(from: ‘Houdini’s Straitjacket’, publ. Prometheus, Amsterdam, 1998)

TRANSLATED BY JOHN IRONS

Fredy Amariles

Peter Holvoet-Hanssen  Peter Holvoet-Hanssen worked as a dolphin keeper before debuting in 1998 with the collection of poems, Dwangbuis van Houdini (Houdini’s Straitjacket), which was awarded the most important Flemish debutant prize. As the title suggests, the collection is an homage to the Hungarian escapologist, Harry Houdini. Following in the footsteps of Houdini, boundaries are stretched, manacles are wriggled out of and in the same breath the accepted constraints of the poetic form are alluded to.

Última actualización: 28/06/2018